De illustere geschiedenis van "In Den Natte"

In den beginne:

Met dank aan: Bas van der Veen

‘Opa, vertel eens, hoe is het toch allemaal begonnen?’
‘Nou jongen, dat zal ik jou vertellen, als jij opa nog eens een lekker kruikje toverdrank inschenkt.’
‘Toverdrank..? Mamma, volgens mij is opa weer een beetje in de war…’
‘Pappa…’
Niks d’r van! Opa wil gewoon een kruikje tubants toverdrank! En een sigaar! En rap een beetje, of ik zal jullie zo hard roegen dat je een week niet kunt zitten!’

Tja, hoe het allemaal is begonnen…

Zoals zoveel evoluerende systemen, eigenlijk stomtoevallig. Uit een soort oersoep. Tijdens het tweede respectievelijk derde jaar van hun opleiding Civiele Technologie & Management, trof een aantal heeren elkaar regelmatig in de wandelgangen van het WB-gebouw. Een aantal was actief binnen Studievereniging ConcepT (de heeren Laaper, Tissingh, Nelissen, Van der Veen), anderen bij universitaire overlegorganen (Van Bottenburg, Breunissen, De Jager); alle waren behoorlijk vakidioot, levensgenieter en regelmatig te vinden bij ConcepT- borrels en in Enschedese horecagelegenheden.
Tot zover de oersoep.

Nu het toeval.
Toevallig werden eind 1995, begin 1996 de heeren Laaper, Tissingh en Van der Veen in korte tijd meerdere keren achtereen geconfronteerd met een voor hen nieuw vakgebied: weg- en spoorwegbouwkunde.
Slechts weinigen realiseren zich de zegeningen die dit kennisdomein de mensheid heeft gebracht: dankzij eenvoudige, basale materialen als zand, grind, asfalt, ballast, spoorstaven en dwarsliggers, en het zwoegen van mannen en zware kranen, worden gemeenschappen ontsloten en komt verkeer van mensen en goederen op gang. Deze handelsstromen brengen de samenleving kennis en welvaart. Het is dankzij deze constructies dat mensen kunnen reizen over land. Kunnen gaan en staan waar ze willen. Kunnen genieten van de film die aan hen voorbij trekt, terwijl de kilometers onder de wielen door glijden…

Enfin, gegrepen waren de mannen, door dat inzicht. Eigenlijk wilden ze niets Liever dan wegen en spoorwegen bouwen. Maar dan moesten ze natuurlijk eerst nog even hun studie afmaken. Eind 1995, begin 1996 mochten zij nog een beetje oefenen (de aanleg van de Betuweroute en het herontwerp van de infrastructuur van de universiteitscampus) en mooie projecten bewonderen die door anderen gemaakt werden (de tunnel onder het spoor bij het Arke Stadion en Rangeerterrein Kijfhoek).

Zij ontdekten hun gedeelde enthousiasme voor de wegen en spoorwegen en besloten zich te verenigen. Werktitel van het gezelschap: ‘Het Rechte Pad’.

Spoedig betrokken zij de anderen in hun complot en de focus verschoof van ‘wegenbouw’ naar meer algemeen ‘bouw’ en ‘civiele techniek’. Ook waterbouw, betonbouw, woningbouw en utiliteitsbouw hadden immers zo hun charmes. Eigenlijk vonden ze alles wel mooi waar kranen en cement aan te pas kwamen. Elke keer als ze in de trein of de auto zaten en ze reden langs zo’n werk, begonnen ze luid te kirren en omstandig aan hun (vaak vrouwelijke) mede- reizigers uit te leggen waarom ze toch echt even moesten kijken.

In januari 1996 kwamen de zeven heeren voor het eerst bijeen. Twee keer borrelden ze op een dinsdagavond in Enschede, eenmaal in Mark Twain en eenmaal in Café Van Eijck. Er werd tijdens deze borrels besloten om op dinsdag 13 februari 1996 in Van Eijck een bijeenkomst te beleggen waarin officieel tot oprichting van een Civieltechnisch Heerendispuut zou worden overgegaan. De heer De Jager trad op als waarnemend secretaris en verstuurde de uitnodiging.

De bredere focus voor ‘de bouw’ en ‘civiele techniek’ opende ongekende mogelijkheden voor wat betreft de te kiezen naam van het gezelschap: ‘Palen’, ‘De Trekstaven’, ‘Gemalen’ en andere welluidende namen passeerden de revue tijdens de oprichtingsbijeenkomst, die werd voorgezeten door mijnheer Van der Veen. Na onbeperkt sparerib, ettelijke kruiken bier en een fijne sigaar, ontstond een briljante ingeving: ‘In Den Natte’. Na middernacht (dus eigenlijk pas in de vroegte van woensdag 14februari 1996!) was de oprichting van het Civieltechnisch Heerendispuut ‘In Den Natte’ officieel een feit. Het eerste Bestuur bestond uit de heeren Van der Veen (Projectleider), De Jager (Werkvoorbereider) en Tissingh (Calculator).

Het ontwerpen van een logo was vervolgens een koud kunstje. Van der Veen trok een oud exemplaar van de strip Olivier Blunder uit de kast. Hij maakte van Olivier een echte aannemer door hem te voorzien van een bouwhelm en een fijne sigaar en liet hem in den natte werken door hem in een halfgevuld fluitje bier te dompelen. Logo klaar.

Een paar maanden later werden de eerste ‘aspirant-leden’ aangetrokken: de heeren Kiers en Hop. Met de komst van deze nieuwelingen was ook de ‘verkeer & vervoer’-geleding van de opleiding CT&M vertegenwoordigd binnen het dispuut.

22 jaar, en vele lichtingen later, bestaat het dispuut nog steeds, tegenwoordig borrelend in de San Remo. Het dispuut heeft inmiddels 61 leden, en is vele tradities, geloofwaardige en sterke verhalen rijker.